Schets Pijl omlaag

de reis duurt lang.
Loek heeft het warm.
Mila slaapt.

na een uur zegt papa:
‘we zijn er!’
hij stopt bij een heel hoog huis.
‘dat heet een flat’, legt mama uit.

Mila stapt uit.
ze legt haar hoofd in haar nek.
woont ze nu hier?
waar is het dak?


‘kom Mila, kom Loek.’
papa wijst naar de deur.
dan staan ze in een hal.
Loek ziet een lift van glas.
hij rent er heen.
‘ik druk op de knop!’

Mila blijft staan
‘ga je mee?’, vraagt mama.
‘we gaan naar 5 hoog.’
Mila schudt haar hoofd.

‘ga met mij’, zegt Loek
‘NEE!’ roept Mila.
‘ik wil niet met de lift!’

mama pakt de hand van Mila.  
maar Mila trekt zich los.
in de hoek ziet ze een trap.
‘ik neem de trap!’ roept ze blij.

 

oei!

wat is die trap hoog.
en lang.  

‘hup Mila.’
Papa tilt Mila op.
‘ik houd je vast.’

PLING!
dat is de lift.
Loek drukt op de 5.
daar gaan ze.

Mila zit op de arm van papa.
ze kijkt door het raam.
ze ziet de stad.
wat is ze al hoog!
de stad wordt heel klein.

PLING!

‘we zijn er’, zegt mama.
‘vond je het eng?’

Mila denkt na.
ze schudt haar hoofd.
‘straks ga ik weer met de lift.’