Schets Pijl omlaag
het is stil in huis.
het is nog nacht.
Mila slaapt.
papa slaapt.
mama slaapt.
maar Loek niet.
hij draait in bed.
en keert.
en draait.
en keert.

Loek denkt aan zijn schoen.
in zijn schoen zit stro.
en een peen voor het paard.
was Sint al bij hun huis?
zit er al iets in zijn schoen?

hij gooit zijn been uit bed.
en zet een voet op de grond.
brrrr
wat is die vloer koud.
hij loopt naar zijn raam.
de maan schijnt.
er is geen mens op straat.
er klinkt een hoest.
Loek schrikt er van.
is dat papa?
snel rent hij weer naar zijn bed.

‘Loek, Loek!’
Mila schudt aan haar broer in bed.
‘sta op!’ roept ze,
‘er zit iets in je schoen!
iets gouds met een strik.’

Mila heeft haar pak al.
blij pakt ze het uit.
‘hè? hoe kan dat nou?
ik heb een L’, zegt Mila.
Loek wordt warm.
hij kijkt naar zijn pak.
en pakt het uit.
‘hé’ roept Mila, ‘en jij hebt een M!
papa, mama, kijk!
Sint was in de war!’

Sint was niet in de war, weet Loek.
maar hij zegt niets.
dat durft hij niet.
Mila pakt de M van Loek.
en drukt de L in zijn hand.
‘zo, nu klopt het weer!’
en ze neemt een hap van haar M.
‘Mila’ roept hij zacht.
maar zijn zus slaapt.
‘Mila, kom je?’
vraagt hij nog eens.
maar het blijft stil bij haar bed.

Loek draait zich om,
en loopt naar de deur.
hij kijkt om de hoek.
oei
de gang is haast zwart.
hij ziet niets.
Loek rilt.
hij sluipt door de gang.
langs de deur van papa en mama.
naar het raam in de hal.
daar staat zijn schoen,
naast de laars van Mila.
het stro is weg.
en de peen ook.
in zijn schoen zit een pak.
Sint was al in hun huis!
Loek hurkt bij zijn schoen.
er steekt een blauw pak uit
met een veer er op.
het pak in de laars van Mila glimt
het is goud met een strik.
zal hij ….?