waar is de rij?
wat is het druk!
Mila krijgt het er warm van.
‘kom hier staan’, roept Loek.
‘een heel wit!’ roept een vrouw.
‘een half bruin’, zegt een man.
Mila ziet een pop.
ze drukt haar neus op het glas.
het is de Sint.
een Sint van koek.
'let op', zegt Loek, ‘nu zijn wij.’
hij wijst naar een vrouw met zwart haar.
'wie is er aan de beurt?' roept de vrouw.
Mila steekt haar hand op.
‘ik!’
'zeg het maar'
Mila kijkt naar het brood.
en naar de koek.
Schets Pijl omlaag
‘nou, wat moet het zijn?’ vraagt de vrouw.
Loek stoot Mila aan:
’toe dan, jij bent!’
Mila wijst naar de Sint-koek.
‘die!’ zegt ze blij.
de vrouw loopt weg.
ze pakt de koek in.
‘wat doe je?!’ zegt Loek zacht,
‘papa wil brood.
voor de pop is geen geld.’
‘kijk eens’, zegt de vrouw.
ze geeft Mila een doos.
in de doos zit de Sint van koek.
Loek wordt rood.
hij duwt een munt in de hand van Mila.
‘en het brood dan?’ sist hij in haar oor.
‘en nog een half bruin’ zegt Mila.
ze geeft de munt aan de vrouw.
‘dat gaat niet,’ zegt de vrouw.
‘het is de pop of het brood.’

wat nu?