Schets Pijl omlaag
Mila staat voor haar kast.
ze weet niet wat ze zal doen.
met de beer?
nee.

een spel?
geen zin.

met het boek van Muis dan?
dat heeft ze al uit.
Mila vindt er niets aan in huis.
ze wil naar het park.
‘papa ga je mee?’ vraagt Mila.
‘dat kan niet Mila.’
papa hijgt, hij sport.
niet in het park of op de les
maar naast de bank.
arm hoog, arm laag.
been wijd, been sluit.
op en neer.
boem, boem, bonkt het op de vloer
waar is mama?
Mila doet de deur op een kier.
mama zit op bed.
ze kijkt op een scherm en belt.
ze is aan het werk in huis.

En Loek?
Loek zit op de bank.
hij schrijft in een schrift.
een schrift van school.
hij doet erg zijn best.
zijn tong hangt uit zijn mond.

 Mila ploft naast Loek op de bank.
‘Loek, doe je mee?’
‘wat wil je doen dan?’ vraagt Loek.
‘weet ik niet.’
‘ik ben druk,’ zegt Loek.
Mila zucht.
ze loopt naar het raam.
er vliegt een duif.
roe-koe.
roe-koe.
dan is het weer stil.

wat is het saai!
‘PAPA!’
‘wat is er?’
‘ben je nu klaar?’
‘nee, nog een half uur.’
‘ik wil naar het park’, zeurt Mila.
papa ligt op de grond.
hij duwt zich op.
‘straks Mila.’
‘mag ik naar oma?’
‘nee, Mila.
straks wordt ze nog ziek.’

‘mag ik met de verf dan?

of zal ik Aap in bad doen?’
 
papa kijkt niet op.
nu ligt hij op zijn rug.
been hoog en laag.
‘is goed hoor,’ puft hij dan.
meent papa dat?
mag ze echt Aap in bad doen?
Mila kijkt naar papa en naar Loek.
‘dan ga ik Aap in bad doen’, zegt ze hard.
‘hm-mm’, klinkt het van de bank.
‘pff-pff’, klinkt het van de grond.


Mila zet de kraan aan.
Aap zwemt op zijn rug.
‘nu op je buik Aap’, zegt Mila streng.
Aap zwemt op zijn buik.
en dan weer op zijn rug.
hij draait en zwemt.
Aap vindt het fijn in bad.

het bad is vol tot de rand.
de kraan moet dicht.

Mila draait.

Mila trekt.

Mila duwt
.
maar de kraan zit vast,
muur-vast.
een golf plenst op de vloer.
 
‘HELP!
HELP!’
haar rok wordt nat.
vlug trekt ze Aap uit bad.
daar komt papa.
zweet drupt van zijn hoofd.
snel draait hij de kraan dicht.
papa zegt niks.
uit de kast pakt hij een dweil.
Mila wacht bij de deur.
als de vloer droog is,
kijkt hij Mila boos aan.
‘wat is er?’ vraagt ze,
‘jij vond het goed hoor.’