Schets Pijl omlaag
het is vroeg.
heel vroeg.
het is nog niet eens licht.
Loek slaapt nog.
papa slaapt nog.
ook mama slaapt nog.
maar Mila niet.
straks gaat ze naar school.
Mila vindt het best eng.
de school is nieuw.
toch heeft ze er ook zin in.
naast wie zit ze?
wie wordt haar vriend?

Mila staat op.
ze wil niet te laat zijn.
uit de kast pakt ze brood en jam.
Mila smeert.
mmmm, veel jam!
maar het morst wel.
alles plakt.
het bord, het mes.
haar hand ook.
ze likt de jam van haar duim.

daar is mama.
‘wat doe jij nou?’ vraagt ze.
‘het is nog nacht!’
‘maar ik wil op tijd zijn,’ piept Mila.
‘hup, weer naar bed!
kruip maar bij ons’,
zegt mama zacht.
al snel slaapt Mila weer.
het is licht.
Loek staat op.
wat is het huis stil.
waar is Mila?
ze ligt niet in haar bed.
mama schrikt.
het is al laat op de klok.
‘snel, snel.
schiet op!
schiet op!’
trui aan.
broek aan.
jas aan.
brood en fruit in de tas.
naar de fiets.
en snel naar school!