Schets Pijl omlaag

‘vis te koop!
mijn vis is het best!’

Loek is met papa op de markt.
het is druk.

een vrouw roept:
‘twee paar sokken, één euro!’

een man schreeuwt:
‘wit brood, bruin brood,
lekker brood!’

papa staat stil bij een kraam.
er ligt groente en fruit.
‘wil je een peer?’ vraagt papa.
ja, dat wil Loek wel.

naast Loek staat een man.
hij koopt ook fruit.
Loek kijkt naar hem.
‘heb jij een jurk aan?’ vraagt Loek.
de man draait zich om naar Loek.
‘een jurk?
nee hoor, dit is geen jurk.'

de man wijst naar de jas van Loek.
'wat heb jij aan?' vraagt hij.
'een jas', zegt Loek.
‘goed zo’, lacht de man,
‘en dít hier is mijn jas.
vind je hem mooi?’
de jas is lang en geel.
de stof heeft een streep en glimt.
Loek knikt.


de man pakt zijn tas met fruit.

‘tot ziens’, zegt hij.

Loek kijkt hem na.

dat is leuk: een jas-jurk.

‘gaan we nou?’ vraagt hij aan papa.

Loek wil naar huis.

hij wil ook een jas-jurk.



maar papa is nog niet klaar.
hij loopt van kraam naar kraam.
de mand aan zijn arm is vol.
Loek draagt een tas
met de peer en een zak rijst.
‘nu nog een brood.
dan gaan we naar huis’, belooft papa.

bij de flat zet papa de fiets op slot.
Loek rent al naar de lift.
‘heb je haast?’ hijgt papa.

 

in huis gooit Loek zijn tas in een hoek.
hij gaat naar de kast van mama
en schuift de deur opzij.
 
is dit wat?

of dat?

de jurk met streep?
die vindt hij ook mooi!

mama ziet Loek.
‘wat doe jij nou?’, vraagt ze.
‘ik wil een jas-jurk’, zegt Loek,
net als de man op de markt.’

mama denkt na.
‘ik weet wat’, zegt mama.
‘kijk, hier is een vest.
doe eens aan.’


 

mama rolt een mouw op.
en nog een mouw.
rits dicht.
klaar!

‘wat vind je?’ vraagt mama.
Loek lacht van oor tot oor.
hij wil weer naar de markt.
met de jas-jurk aan.

‘naar de markt hoef ik niet,’ zegt mama,
‘daar was papa al,
maar ik ga zo naar opa en oma.
jij mag mee als je wilt.’