Schets Pijl omlaag
Loek en Mila zijn vrij.
ze gaan met opa naar het bos.
Pip mag mee.
de hond rent blij door het bos.
dan stopt hij.
Pip blaft bij een hol.
hij graaft met zijn poot.
‘sst, stil Pip’, zegt opa
‘daar woont een vos’.
‘echt waar?’ vraagt Mila
hoe ziet een vos er uit?
‘Pip lijkt wel op een vos’, lacht opa.
‘wat eet een vos?’ vraagt Mila.
‘brood toch?'
‘een vos eet vlees’, legt opa uit,
‘een muis of een kip.’
‘dat vind ik niet leuk!’, roept Mila.
‘een leeuw eet toch ook vlees’, zegt Loek.
‘die eet een hert of een gnoe.’
‘niet waar!, zegt Mila boos 
‘dat wil ik niet.
Pip eet toch ook geen vlees?
Pip eet uit blik.’
opa knikt.
‘dat is waar, maar in het blik zit vlees.
‘NIET!’, snuift Mila
en ze stampt met haar voet.
‘ik denk van wel’, zegt Loek.
‘weet je wat’, zegt opa,
‘kijk thuis maar op het blik,
dan weet je het.’

‘oma!’ roept Loek.
‘we zijn er weer!’
Mila zegt niks.
ze rent naar de kast.
ze pakt een blik voor Pip.
‘hier Loek, kijk maar!’
Loek leest voor.
‘M-E-T K-I-P
zie je wel Mila,
… mét vlees.’