Schets Pijl omlaag
Mila kleurt in haar schrift.
Maar hè, ze heeft jeuk.
Jeuk naast haar oor,
jeuk in haar nek.
Krab.
Krab.

Ze pakt weer een stift.
Maar die jeuk is stom.
Ze krabt links,
Ze krabt rechts.
Papa leest de krant.
Hij krabt op zijn hoofd.
Krab, krab.

Mama kijkt naar Mila.
Ze kijkt naar Loek
En dan naar papa.
Krijgt zij nou ook jeuk?
Op haar hoofd,
in haar nek,
bij haar oor?
‘Ben je boos?’, vraagt Mila.
‘Nee’, zegt mama,
‘Jij kunt er toch niks aan doen?
Dus ik ben niet boos,
maar het is wel veel werk.
Kom, snel aan de slag!’

Mama zet een kruk bij het bad.
Ze zet haar bril op.
Ze kamt en kamt.
En ja hoor, daar valt een luis in bad.
En nog een
En nog een.
Mila gruwt er van.
Mama zet de kraan aan.
De luis spoelt weg.

‘Duurt het nog lang?’, vraagt Mila.
‘Ik ben net klaar’, zegt mama.
Nu krijgt Mila spul in haar haar.
Het voelt koud.
Het spul moet er een nacht in.

Dan is Loek aan de beurt.
En dan papa.

Nu mama nog!
Wie kamt mama?



 
Loek ziet het.
Dat is gek.
Nu heeft hij ook jeuk.
Hij krabt op zijn hoofd.
Krab.
In zijn nek.
Krab.
Krab.
Mama loopt naar de kast.
Ze pakt een kam.
‘Mila, kom eens.’
Mama pakt een pluk haar
en kamt en kamt.
En dan:  
‘O gèt!’ roept ze uit.

Een luis zit vast in de kam.
‘Oh ja’, zegt Mila,
‘dat zei Sjoerd nog,
er is luis in de klas.’
‘En dat zeg je nu pas?’
‘Het is al tijd voor bed,’ zucht mama