papa en Loek zijn naar de markt.

mama is thuis met Mila.

mama zit in bad.

 

met een krant en een kop thee.

het duurt lang.

veel te lang, vindt Mila.

 

Mila wil een ei.

maar mama schiet niet op.

‘dat kan ik best zelf’, vindt Mila.

ze pakt een pan

en loopt naar de kraan.

ze vult de pan en voelt.

ja, het is warm.

het ei kan er in.

Schets Pijl omlaag

mama roept:

‘Mila wat doe je?’

‘niks hoor’, roept Mila.

‘wat hoor ik dan?’

Mila zegt niets

ze wacht op haar ei.

hoe lang moet een ei?

ze kijkt op de klok.

 

de klok staat op 3

 

de klok staat op 4

 

de klok staat op 5

nu is het ei vast goed!

ze pakt het ei uit de pan.

en doet het in een dop.

ze pakt het zout.

dan tikt ze op de kop van het ei.

 

tik ... tik ...

er komt een barst in de schil.

ze tikt nog een keer.

 

tik ...

en nog één keer hard.

 

TIK!

 

en dan: PATS!

het ei is stuk.

maar help!

het ei is niet wit en niet hard.  

wat Mila ziet, lijkt meer op snot!

bah!

het snot druipt op de vloer.  

het zit op haar hand.

en op haar trui en haar broek.

wat is het vies.

 

‘MILA, wat doe je nu!?’

plots staat mama naast Mila.

ze is uit bad.

haar haar is nog nat.

 

‘hoe kan dat nou?’ zegt Mila sip.

‘ik wil graag een ei.’

‘de pan moet op het vuur’, zegt mama.

‘het ei moet eerst aan de kook.

dat mag jij nog niet doen.

ik help je zo.

eerst de troep op de vloer weg.

zo glijd je uit.

kijk, hier is een doek.

als het schoon is,

dán krijg je een ei.’